Groenbemester met mooiste stand produceert minste biomassa

23 november, Brigitte Kroonen en Jacqueline Ulen, WUR Open Teelten, locatie Vredepeel

‘Onderzaaien? Daar staat toch niks?!’ In Zuid Oost Nederland is het nog niet zo gemakkelijk om een perceel te vinden waarbij de onderzaai er met overtuiging staat zodra de mais van het perceel af is. Nazaai daarentegen slaagt altijd. De opkomst is gelijk over het perceel en het perceel kijkt al snel mooi groen.

Op de bijeenkomst “Maisteelt 2019: bent u er klaar voor?”, afgelopen woensdag in Vredepeel keken we naar acht verschillende groenbemesters. Zowel ondergronds als bovengronds. Dit speelde zich af op een veld met op de achtergrond drie verschillende groenbemesters: nazaai wintergerst, gelijkzaai rietzwenk en nazaai Japanse haver. De bezoekers kozen welke groenbemester ze het beste vonden staan en dat was de Japanse haver. De gelijkzaai rietzwenk vond iedereen het slechtste staan. Om na te gaan of we onze ogen moeten geloven was er per groenbemester 1/8 m2 uitgespit en was de bovengrondse en de ondergrondse biomassa van elkaar gescheiden in een bak gedaan. Dit was uitgevoerd op een plek met gemiddelde stand van de groenbemester. Voor Onderzaai Italiaans en Onderzaai Engels gold dat er een plek gekozen was waar in ieder geval wat stond: de gemiddelde biomassa van die veldjes zal in werkelijkheid – zo schatten we in – tot de helft lager zijn.

Schijn bedriegt

Wat opvalt is dat de graanachtigen (Japanse haver, wintergerst en rogge) in dit stadium een minder sterk ontwikkelt wortelstelsel hebben dan de grasachtige groenbemester Italiaans tetra. Wat opvalt aan het mengsel Grasrogge (Italiaans, rogge en bladrogge) is dat er in verhouding erg veel ondergrondse biomassa is. Dit strookt met de theorie het mengen van soorten meer biomassa oplevert dan de soorten los van elkaar produceren (1+1 = 3 principe). Daarnaast valt op dat de biomassa van de onderzaai en zeker van de gelijkzaai behoorlijk is en helemaal niet tegenvalt.

Dit beeld is ook uitgedrukt in gewichten (versgewicht biomassa). Bovengronds was de biomassa van de groenbemesters 40 tot 80 gram. Ondergronds was 80 gram zo ongeveer de ondergrens. Hierbij was het zo dat er géén één op één relatie te zien was tussen de biomassa bovengronds én ondergronds. Dit is een gewaseigenschap/mengseleigenschap. Ook is het zo dat er binnen rassen verschillen zijn. Al kun je daar in de praktijk weinig mee omdat dit niet in de rassenlijst staat. Het meest tekenend wordt het beeld wanneer we de biomassa bovengronds en ondergronds sommeren en de groenbemester met de hoogste totale biomassa op 100 zetten.

Gelijkzaai rietzwenk: van deze groenbemester zie je maar 10%

Rietzwenk gras is een stugge grassoort: het heeft smal spichtig blad met een polvormige stand en een diepgroene kleur. Op locatie Vredepeel ziet het veld groen, maar op het oog staan de nazaai percelen er vele malen beter bij. Toch zien we dat het rietzwenk gras ver uit de meeste biomassa heeft geproduceerd en daarbij relatief veel ondergronds. Maar 10% van de biomassa die de rietzwenk heeft geproduceerd zie je, de rest zit onder de grond. Japanse haver: de groenbemester die op het oog het beste staat produceerde heeft op dit moment 30% van de biomassa geproduceerd in vergelijking met rietzwenk.

Organische stof (en dus biomassa) sluitstuk van begroting

De organische stofbalans bij continuteelt mais staat onder druk. In de systeemdemonstratie zien we dat bij standaard maisteelt (gebruik runderdrijfmest volgens normen en toepassen nazaai) er net zoveel effectieve organische stof aangevoerd wordt als dat er jaarlijks afgebroken wordt. Wel moet er dan een goed vanggewas geteeld worden: dit is het sluitstuk van de begroting.

Take home message

Wanneer je niet voor onderzaai wilt kiezen omdat er na de oogst niks staat, laat je dan door het oog niet misleiden. Een – op het oog – slechte stand van een onderzaai of gelijkzaai kan een grotere biomassa productie hebben dan een nazaai die er op het oog heel goed bij staat.

Bovengronds en ondergrondse biomassa van 8 verschillende groenbemesters in november. Bron: Grondig Boeren met Mais Brabant, onderzaaidemonstratie 2018, WUR Open Teelten (géén proef, maar een demonstratie enkel ter illustratie. Gegevens hebben géén wetenschappelijke basis.)

Bron: Grondig Boeren met Mais Brabant, onderzaaidemonstratie 2018 in november, WUR Open Teelten (betreft demonstratie en géén proef, enkel ter illustratie. Gegevens hebben géén wetenschappelijke basis.)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron: Grondig Boeren met Mais Brabant, onderzaaidemonstratie 2018 in november, WUR Open Teelten (betreft demonstratie en géén proef, enkel ter illustratie. Gegevens hebben géén wetenschappelijke basis.)

Bron: Grondig Boeren met Mais Brabant, onderzaaidemonstratie 2018 in november, WUR Open Teelten (betreft demonstratie en géén proef, enkel ter illustratie. Gegevens hebben géén wetenschappelijke basis.)

 

Bron: Grondig Boeren met Mais Brabant, systeemdemonstratie 2017, WUR Open Teelten (betreft demonstratie en géén proef, enkel ter illustratie. Gegevens hebben géén wetenschappelijke basis.)

 

 

Kader: drie systemen bij vanggewas mais

 

·        Nazaaien:      het zaaien van het vanggewas ná de maisoogst

·        Onderzaaien: het zaaien van het vanggewas tijdens maisteelt,

mogelijk tot het moment dat de mais kniehoog is.

·        Gelijkzaaien:  het zaaien van het vanggewas rondom het zaaimoment van de mais.

 

 

 

Benieuwd naar de stand in het voorjaar

Een aantal van jullie is benieuwd hoe het beeld in het voorjaar zal zijn. Wat ons betreft inderdaad een mooie exercitie: zijn er groenbemesters die elkaar in gaan halen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *