Systeemdemonstratie Vredepeel

Systeemdemonstratie

Ontworpen door de praktijk

Onder de huidige wet- en regelgeving mag er nogal wat minder bemest worden dan menig boer zou willen. De lagere aanvoer van organische stof, maar ook verslechtering van de bodemstructuur brengt de opbrengstpotentie van maïspercelen in gevaar en verhoogt de druk van ziekten en plagen. Er is bovendien een grotere kans op uit- en afspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen, verdroging en achteruitgaande bodembiodiversiteit. Om nu en in de toekomst voldoende maïs van hoge kwaliteit te kunnen blijven oogsten moet er meer aandacht zijn voor goed bodembeheer.

Nutriënten en organische stof management zijn belangrijke aangrijpingspunten om de maïsteelt toekomstbestendiger te maken. Verschillende ingrediënten zijn bekend uit onderzoek. Samen met de praktijk (veehouders, adviseurs en loonwerkers) keuzes maken uit deze effectieve en haalbare maatregelen en deze samenvoegen tot een nieuw teeltsysteem met als resultaat: de opbrengst veilig te stellen en de gestelde milieudoelen te bereiken is het doel van Grondig Boeren met maïs.

In de systeemdemonstratie van Grondig Boeren met Maïs Brabant, die op locatie Vredepeel van het Praktijkonderzoek AGV is aangelegd, zijn maatregelen samengevoegd tot vier – door melkveehouders, loonwerkers en adviseurs bedachte – vernieuwende systemen. Deze systemen worden de komende drie jaar gevolgd. Want nieuwe maatregelen uitproberen is interessant, maar het moet wél meerwaarde opleveren voor boer én milieu.

Vier strategieën, vier systemen

We focussen op de volgende strategieën:
– Optimaliseren organische stof aanvoer
– Benutting van de toegestane mineralen optimaliseren
– Afbraak van organische stof beperken
– Maïs telen in vruchtwisseling
Optimaliseren van organische stof aanvoer verbetert de bodemkwaliteit, waardoor o.a. het nutriënten leverend vermogen van de bodem toeneemt. Een andere denkrichting is om de mineralen die je mag gebruiken, zo efficiënt mogelijk te gaan gebruiken (precisielandbouw). Weer een andere denkrichting is het beperken van de organische stof afbraak: het land zo lang mogelijk groen houden, zodat de aanwezige nutriënten opgenomen worden in plaats van verloren gaan. Tot slot krijgt ook het bouwplanmatig telen van maïs aandacht.

De systemen

De systemen worden afgezet tegen het gangbare maïsteeltsysteem op de Zuid oostelijke zandgronden – Brabant. Dit systeem gaat uit van continuteelt van maïs en noemen we ‘standaard’. Afhankelijk van de strategie (zie hierboven) worden de systemen als volgt gekenmerkt: organische stof, mineralen, twee oogsten per jaar en vruchtwisseling. In onderstaande figuur is te zien hoe de aanpak is in de systemen.
Daarbij hebben we aan de ene kant gekozen voor 2 systemen (S2 en S3) plus het standaard systeem (S1)

voor bedrijven die niet meedoen aan derogatie (circa 50% van de bedrijven in de regio). Daarbij is de N-totaal van 170 kg N uit organisch leidend voor de hoeveelheid dierlijke mest die gebruikt wordt. Aan de andere kant hebben we 2 systemen (S4 en S5/S6) gekozen waarbij het gaat om bedrijven met derogatie (80% gras) waarbij de N-totaal aanvoer van N uit organische mest 230 kg bedraagt. Er is tevens gekozen voor een melkveebedrijf met beweiding waardoor de werkingscoëfficiënt voor RDM 45% bedraagt.

Standaard

Het teeltsysteem gaat uit van mestinjectie (40 ton runderdrijfmest, volvelds), ploegen met vorenpakker, zaaien rond 1 mei, oogsten rond 1 oktober en een rassenkeuze die is gericht op een ras met een hoge Droge stof en VEM-opbrengst per ha. Dit zijn de late rassen. Na de teelt wordt in de eerste helft van oktober wintergerst ingezaaid als groenbemester.

Organische stof

Dit systeem is opgezet omdat achteruitgang van de aanvoer van organische stof in de bodem een voorkomend probleem is in de maïsteelt. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat er bij maïsteelt nauwelijks gewasresten achterblijven op het land en er steeds minder drijfmest mag worden toegepast.
Dit systeem richt zich op twee manieren om de aanvoer van organische stof in de bodem te verbeteren. Ten eerste wordt een deel van de rundvee drijfmest vervangen door compost. Er wordt 20 ton runderdrijfmest toegepast en 20 ton compost (dosering afhankelijk van gehaltes). Ten tweede wordt er gekozen voor onderzaai. Er wordt gekozen voor een middenvroeg ras. Uitgaande dat we de teelt van onderzaai in de vingers krijgen, heeft het vanggewas een flinke voorsprong vergeleken met nazaai. Hier kan dan ook nog steeds voor een midden-vroeg gewas gekozen worden en niet voor een vroeg ras wanneer gekozen zou worden voor de optimalisatie van de nateelt van een groenbemester.

Mineralen

Het optimaal gebruik maken van de mineralen die je tot je beschikking hebt, dat is de gedachte achter dit systeem. Dit wordt op twee manieren gedaan. Op de eerste plaats is gekozen voor het toepassen van de rundermest in de rij. In dit geval voor twee stroken langs de maïsrij, die op 75 cm gezaaid wordt (dosering: 35 ton runderdrijfmest). De maïs wordt daarna met GPS tussen de 2 stroken mest gezaaid. De mest wordt dus naar de maïs gebracht. Ten tweede wordt gekozen voor een vroeg maïsras gevolgd door de nazaai van een groenbemester. Het vanggewas krijgt hierdoor meer tijd om nutriënten mee te nemen naar het volgende seizoen.

Twee oogsten per jaar

In dit systeem wordt geëxperimenteerd met het minimaliseren van de afbraak van organische stof. Er is een zogenaamd kortseizoens maïsras gekozen. De eerste helft van september kan de maïs geoogst worden. Er wordt gras als nateelt (vanggewas) ingezaaid, waarvan het volgende jaar een eerste snede van geoogst kan worden. Na de eerste snede wordt de grasmat dood gespoten. Met de strokenbemester wordt er bemest met runderdrijfmest (35 ton runderdrijfmest). In een werkgang wordt de grondbewerking in de rij uitgevoerd en gezaaid. Je levert in op je maïsoogst, maar hebt wel een extra snede in het voorjaar aan gras. In totaliteit neemt de ds-productie in dat jaar niet af, maar wordt wel de bodemkwaliteit verbeterd.

Vruchtwisseling

Een graszode levert een positieve bijdrage aan de bodem organische stofbalans. Daarom wordt er in dit systeem een vruchtwisseling toegepast van 2 jarige grasklaver met 2 jaar snijmaïs. Om het principe en de vergelijking duidelijk te maken worden beide gewassen naast elkaar geteeld en wordt vruchtwisseling toegepast. Bij de eerste jaars maïs wordt er gras ondergezaaid, bij de tweede jaars maïs wordt grasklaver nagezaaid, welke tevens de start is voor de twee-jaars weide.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *