Systeemdemonstratie Marwijksoord

 

Op de WUR proeflocatie in Marwijksoord ligt sinds 2012 een systemendemonstratie met verschillende vernieuwende teeltsystemen van snijmais, soms in combinatie met grasklaver.

Er worden 5 verschillende teeltsystemen uitgevoerd:

  1. Standaard
  2. Organische stof
  3. Mineralen uit kringloop
  4. Twee oogsten per jaar
  5. Vruchtwisseling

 

1.Standaard
Dit systeem benadert zo goed mogelijk de gangbare maisteelt in de regio. Het teeltsysteem gaat uit van mestinjectie, ploegen met vorenpakker, zaaien rond 1 mei, oogsten rond 1 oktober en een rassenkeuze die is gericht op een ras met een hoge VEM-opbrengst per ha. Na de teelt wordt in de eerste helft van oktober rogge ingezaaid als groenbemester.

2. Organische stof
Dit systeem is opgezet omdat achteruitgang van het organische stofgehalte in de bodem een veel voorkomend probleem is in de maisteelt. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat er bij maisteelt nauwelijks gewasresten achterblijven op het land en er steeds minder drijfmest mag worden toegepast.

Dit systeem richt zich op (extra) aanvoer van organische stof om de bodem te verbeteren. Bij de bemesting wordt een deel van de rundvee drijfmest vervangen door stromest of compost. Er wordt voor zeer vroege rassen gekozen, waardoor een vanggewas zich in het najaar goed kan ontwikkelen. Het wintergewas wordt zo een vanggewas en een groenbemester.

3. Mineralen uit kringloop
De achterliggende gedachte achter dit systeem is dat de verhouding stikstof en fosfaat in mest niet naadloos aansluit op de bemestingsnormen voor snijmais. Om de mais in het voorjaar optimaal te kunnen laten profiteren van de nodige mineralen wordt er gebruik gemaakt van de dunne fractie, digestaat en andere restproducten. Deze meststoffen worden met een strokenfrees in rijen van 75 cm afstand ingebracht. De mais vervolgens precies in deze rijen gezaaid. Dit gaat gepaard met minimale grondbewerking, waardoor er ook nog eens minder energie nodig is. Het vanggewas (groenbemester) krijgt ook in dit systeem meer ruimte, zodat deze de mineralen over de winter tilt, en ze in het volgend teeltseizoen weer beschikbaar komen.

4. Twee oogsten per jaar
Dit systeem geeft nog meer ruimte aan de grasklaver groenbemester, zodat deze een oogstbare snede heeft in het voorjaar. De ingezaaide groenbemester wordt in het vroege voorjaar bemest, zodat er begin mei een snede eiwitrijk product kan worden geoogst. Na deze oogst wordt het gras doodgespoten en vervolgens bemest met een strokenbemester. De mais wordt in de gefreesde banen van  de strokenbemester gezaaid. De mais in dit systeem wordt relatief laat gezaaid en vroeg geoogst, dus wordt er een ultravroeg ras gebruikt. Gras wordt ondergezaaid, of nagezaaid half september.

5. Vruchtwisseling
Een graszode levert een positieve bijdrage aan de bodem organische stofbalans. Daarom wordt er in dit systeem een vruchtwisseling toegepast van 2 jarige grasklaver met snijmais. Om het principe en de vergelijking duidelijk te maken is dit object in 2 delen verdeeld, waarvan het ene deel 2 jaar grasklaver teelt heeft terwijl het andere deel gelijktijdig 2 jaar maisteelt heeft. Als er het volgende jaar mais geteeld gaat worden, wordt er gras ondergezaaid, anders wordt er grasklaver nagezaaid. In het voorjaar wordt voor het zaaien van de mais nog een snede grasklaver geoogst. Er wordt een ultravroeg mais ras gezaaid, dat half september wordt geoogst. Het grasklaver mengsel levert 4 à 5 sneden eiwitrijk product op.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *